Ingezonden brief van Ida-Marie Hoek

by admin on februari 19, 2016

Beste Hoofdredacteur en beste Bestuursleden van de VWR,

Jullie overwegingen inzake genoemde vraagstelling heb ik met belangstelling doorgelezen. Ik kan helaas a.s. vrijdag niet komen, maar wil wel graag reageren op de vraag, die voor de extra ALV aan ons is voorgelegd. Bij deze:

I.
a. De doelstelling van de Vereniging (VWR)  is: “Het bevorderen van de Filosofie van het Recht en de Rechtstheorie” (oftewel van de ‘Rechtstheorie,  Rechtspraxis en de Rechtstechniek, IMH),  zoals Roland schrijft op blz. 2 van zijn notitie van september 2015.
b. Het  Tijdschrift was oorspronkelijk het middel voor het doel van a.
c. Bij een volwassener worden van een groep met wereld- werkdoelen is het gebruikelijk, dat er een proces van ‘driegeleding’ ontstaat, oftewel een relatieve scheiding van de werkdoelen, de groeps-doelen zelf, en de leerprocessen voor de eersten en tweeden.  Ik zie dit centrale menskundige leerstuk van de (aristotelisch gerichte) antroposofie bevestigd in Rolands bericht van het gered worden van de vergelijkbare tijdschriften door te gaan internationaliseren. Het werkdoel was voor hen daartoe kennelijk voldoende volwassen geworden en kon zich relatief verzelfstandigen, d.w. z. een wereldtaak van de Leden van de Vereniging worden.
d. De vraag is, hoe ver wij zelf nu op deze rijpingsweg zijn, en of men al een goede eigen club-collectieve signatuur ervoor zou kunnen kiezen (b.v.  het hierover eens worden). Het werkdoel wordt voorlopig ook gediend door de bijdragen van de Leden in de grote internationale tijdschriften, en het lanceren van een eigen blad, als genoemd kan m.i. rustig afgewacht worden tot een eensgezinde wens daartoe met nauwkeuriger focus van de leden.
e.De naam mag in ieder geval geen ‘Ratio juris’ zijn en geen ‘Europees’, want het laatste klopt beslist niet bij jullie duidelijke verenigingspraxis tot nu toe, die sterk op Amerika gericht is, en aan nog méér ‘ratio’ inzake jura heeft de wereld nu geen behoefte, naar mijn idee. Maar ook is dit geen goede naam voor de filosofie van het vak, dat juist méér dan de ratio ervan wil zijn, en minstens de essentie of ontologie ervan op het spoor wil komen. Zou dan eerder  ‘Spiritus juris’ moeten zijn, maar veel is hiervoor mogelijk natuurlijk. (Substance of Jura?)

II.
a.Het verenigingsdoel wordt na de relatieve scheiding van de diverse werkonderdelen op zich nu meer naar binnen gericht. Maar het blijft zeker eigen zorgbehoeften hebben, die door óók een goed ledenblad beter gediend worden, dan alleen met een website en de ledenbijeenkomsten.
b. Een dergelijk, meer intern gerichte en zeker Nederlandstalig Ledenblad (met een nieuwe leuke, eerder studentikoze naam) krijgt als taak wegen te zoeken, om zo goed mogelijk te kunnen voldoen aan het vormen van een sterke, Nederlandse Ledengoep (en daarmee dus ook Ledenvoorraad voor het werkdoel). Hieraan bouwt de club mee door b.v.: het dienen van de interne communicatie-mogelijkheden van de leden, het rondsturen van hun  berichten in aansluiting op de website, het voeren van tentatieve actualiteits-discussies, het maken van boekrecensies, het wijzen op belangrijke publicaties, het bieden van mogelijkheden van het stellen van vragen aan elkaar en de focus-oefeningen, die goed bevallen. Men moet met alleen een intern ledenblad, wel tevens leden-proefblad,  dus zien te voldoen aan de behoeften van de continue verdere scholing van de Leden, en ook de oefening van hun schrijf- en denktalenten, alsmede de werving van nieuwe leden. Het moet dus zeker ook de Nederlandse vakgroepen  in de picture houden en de communicatie tussen de nieuwkomers op het terrein hier vandaan en de ouderen ‘bij ons’ bevorderen.  (Zie II.e.). Er kunnen dan ook verslagen, kritiek of andere opmerkingen over colleges, workshops en anderzijds ook over de Ledenbijeenkomsten filosofisch proefs-gewijze, geschreven worden.
c. Dit kan m.i. het beste per maandelijks emailblad, dat de huidige brieven van het bestuur overbodig kan maken.
d. Het blad moet juist gericht blijven op exact die Leden, die Roland noemt op zijn blz. 1 van zijn bovengenoemde beleidsnotitie voor het NJLP: promovendi, postdocs en nascholing zoekenden tot aan het graf.
e. Vb.: Ik schreef n.a.v. de Hegelworkshop vorig jaar, – waarin de vraag van Jan Bransen (prof.  In de sociale filosofie Nijmegen en mijn oud-docent in Utrecht) centraal stond, of we met Hegel het huidige ‘staatsprobleem’ voor ieder van de, door de overheid aangestuurde,  verzekeraars op de markt van de arts-patiënt relaties in dus het veld van de gezondheidszorg, wel konden begrijpen, waaraan toch het waarheidsgehalte van deze filosoof getoetst kon worden -, een samenvattend antwoord voor gevorderden, na een private uitzoekerij voor min of meer nog beginners in  Hegels Rechtsfilosofie, en meende er goed aan te doen, vooral ook deze studieweg naar mijn antwoord mee te geven in de Aanhang voor de beginners in de (bedoelde) (let wel dit is: Europese) Rechtsfilosofie’. Maar het werkje kon hierna, ondanks rondstuur beloften van Christian Krijnen, kennelijk toch ner-gens naar toe (vlees noch vis of zoiets) en verzandde ergens in een email-opslagplaats.  Dat had met zo’n intern oefen-tijdschrift m.i. niet gehoeven.  Jammer, want met Hegel bleek e.e.a. toch heel goed te begrijpen, en bovendien kon men zo ook zien, wat hij nog miste voor de huidige internationale rechtsontwikkelingssituatie, die door hem nog gezocht moest worden voorbij de met elkaar nog slechts handel drijvende (en oorlog voerende) ‘soevereine  landen’; aardig up to date dus ook nog steeds.

III.
Op de internationale behoeften van de huidige  verdere ontwikkeling van het rechtsleven, dat de filosofen altijd, al promoverend etc., moeten dienen, heb ik nog te weinig zicht. Dit vakveld ontwikkelt zich heden snel en moet dat ook wel, waarbij de filosofie concreter de taak houdt, de praxis, de technieken en  de theorieën met elkaar verbonden te houden. Het mag geen vraag meer zijn, wat een internationale, oftewel algemeen menselijke  Rechtstheorie, met een praxis hier of daar van doen heeft, of alleen een ethische, de concrete rechtssituatie ter plekke toetsende vraag.
Ik weet alleen, dat juist het algemene rechtsleven, als het actief mee zorgen van een ieder op de eigen plek en in het  eigen zicht op de dingen, voor een rechtvaardige omgang met elkaar in het openbare leven, overal nog véél te slecht ontwikkeld is. Nog heel veel zorg, onderwijs en inzicht-verbetering in de cruciale taak van het rechtsleven in de politiek en haar economische huishoudboekje- zorg voor een gemeenschap,  is nodig.

IV:
Wat de beslissingstijd betreft, lijkt mij een (eerste) besluit nog voor de zomer een ruim tijdspad.

Met vriendelijke groeten en beste wensen in het (nog steeds wel) Nieuwe Jaar voor het Verenigings-, Werk-, en vormende en verlichtende Studieleven van de club, en speciaal voor de Wintervergadering in Maastricht a.s. vrijdag, met haar belangrijke coming of age-ALV., Ida-Marie Hoek. 

Comments on this entry are closed.

Previous post:

Next post: